HUISHOUDELIJK REGLEMENT
SV DE WILDENBERG
WEERT

 
Artikel 1. Oprichting, Statuten en Reglement
Artikel 2. Nastreven van het doel
Artikel 3. Middelen ter bereiking van het doel
Artikel 4. Vereniging
Artikel 5. Aspiranten
Artikel 6. Leden
Artikel 7. Toelatingsprocedure
Artikel 8. Rechten en plichten van leden en aspiranten
Artikel 9. Disciplinaire maatregelen
Artikel 10. Introducés
Artikel 11. Begunstigers
Artikel 12. Aspirant- en Lidmaatschapsbewijzen
Artikel 13. Aanspreekvorm
Artikel 14. De Jaarvergadering
Artikel 15. Agenda
Artikel 16. Kascommissie
Artikel 17. Commissie van beroep
Artikel 18. Benoeming en taken van het bestuur
Artikel 19. Het dagelijks bestuur
Artikel 20. Het kernbestuur
Artikel 21. Het algemeen bestuur
Artikel 22. Bestuursverkiezing
Artikel 23. Commissies
Artikel 24. Verenigingsinstructeur
Artikel 25. Wapencommissaris
Artikel 26. Verenigings Veiligheidsfunctionaris
Artikel 27. Baancommandant
Artikel 28. Veiligheid
Artikel 29. Begeleiding
Artikel 30. Instructeurs
Artikel 31. Verenigingswapens
Artikel 32. Munitieverkoop
Artikel 33. Moment van aanvraag
Artikel 34. WM3-formulier
Artikel 35. Schietsportdiscipline
Artikel 36. Bekwaamheid
Artikel 37. Rapportage
Artikel 38. Verplichte wedstrijddeelname
Artikel 39. Aftekenen schietbeurten
Artikel 40. Contributie
Artikel 41. Aspirantenbijdrage
Artikel 42. Kostenvergoedingen
Artikel 43. Sponsoring
Artikel 44. Verenigingsaansprakelijkheid
Artikel 45. Aansprakelijkheid van de leden
Artikel 46. Representatie
Artikel 47. Wijziging van het huishoudelijk reglement
Artikel 48. Slotbepalingen

Deel 1

ALGEMENE BEPALINGEN


Artikel 1. Oprichting, Statuten en Reglement

  1. De vereniging, statutair genaamd Sportschietclub “De Wildenberg”, handelend onder de naam SV De Wildenberg, hierna te noemen "de vereniging" is bij notariële akte opgericht op 17 april 1964 en is gevestigd te Weert.
  2. Het huishoudelijk reglement is van toepassing in onverbrekelijke samenhang met de Statuten van de vereniging, zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd en geheel opnieuw vastgesteld bij notariële akte op 18 november 2016.
naar boven

Artikel 2. Nastreven van het doel

Algemene gedragsregels van de vereniging

  1. Bij het nastreven van haar doel onthoudt de vereniging zich in haar doen en laten van al hetgeen waarmede zij zichzelf, de KNSA of de schietsport in het algemeen in diskrediet zou kunnen brengen.
  2. Zij leeft de voorschriften die haar van overheidswege worden kenbaar gemaakt stipt na, onverminderd de wettelijke beroepsmogelijkheden.

Algemene gedragsregels van de leden

  1. De leden onthouden zich in hun doen en laten van al hetgeen waarmede zij zichzelf, als beoefenaar van de schietsport, de vereniging, de KNSA of de schietsport in het algemeen in diskrediet zouden brengen.
naar boven


Artikel 3. Middelen ter bereiking van het doel

Verplichtingen van het Bestuur

  1. Het bestuur draagt zorg dat:
    1. de aspiranten zonodig de nodige basis-instructies ontvangen;
    2. de leden in de gelegenheid worden gesteld zich verder te bekwamen;
    3. de belangen van haar leden op gebied van de schietsport worden behartigd.
  2. In ieder geval mogen:
    1. aspiranten en leden die de achttien (18) jarige leeftijd nog niet hebben bereikt slechts schieten onder onmiddellijke leiding van een instructeur of een bestuurslid.
    2. introducés  slechts schieten onder onmiddellijke leiding van een instructeur of een bestuurslid.
    3. leden, aspiranten en introducés die de zestienjarige (16) leeftijd nog niet hebben bereikt in geen geval van vuurwapens gebruik maken, tenzij met toestemming van het bestuur.
  3. Van het in lid 2, aanhef en onder a. bepaalde kan het bestuur ontheffing verlenen voor zover de aspirant of het lid reeds over de vereiste basiskennis en vaardigheid beschikt, zulks te beoordeling van het bestuur.

Deelneming door aspiranten en introducés

  1. Het bestuur onderwerpt de aspiranten ten aanzien van de oefeningen en wedstrijden zoveel mogelijk aan de voor de leden geldende regels.
  2. Introducés zijn onderworpen aan de voor oefeningen geldende regels en gebruiken, met name de veiligheidsregels, een en ander onder verantwoordelijkheid van het introducerend lid.
naar boven

 

Deel 2

DE LEDEN, ASPIRANTEN, INTRODUCÉS EN BEGUNSTIGERS


Artikel 4. Vereniging

  1. De vereniging bestaat uit:
    1. aspiranten
    2. junior-leden
    3. leden
    4. ere-leden
    5. begunstigers
naar boven


Artikel 5. Aspiranten

  1. Aspiranten zijn zij voor wie na hun verzoek om toetreding als lid en het afronden van de proeftijd nog geen zes (6) maanden zijn verstreken en zij die na het verstrijken van die zes (6) maanden nog geen schietvaardigheidtest  succesvol hebben afgerond.
  2. In voorkomende gevallen, zulks te beoordeling van het bestuur, kan van deze termijn worden afgeweken.
  3. Voorkomende gevallen als bedoeld in het vorige lid zijn onder meer:
    1. de aspirant beschikt reeds over een geldige KNSA licentie.
naar boven


Artikel 6. Leden

  1. Junior-leden zijn leden van 12 jaar en ouder die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt.
  2. Leden zijn leden van 21 jaar en ouder.
  3. Ereleden zijn natuurlijke personen, die zich jegens de vereniging bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt en op voordracht van het bestuur als zodanig door de algemene vergadering met tenminste 4/5 der geldig uitgebrachte stemmen zijn benoemd. Op leden van verdienste en ereleden rusten geen geldelijke verplichtingen; zij hebben echter wel alle rechten van de leden.
naar boven


Artikel 7. Toelatingsprocedure

  1. De toelating als lid wordt verzocht door de indiening van een door de vereniging beschikbaar gesteld en door de aanvrager ingevuld en ondertekend aanmeldingsformulier, waarop de volgende gegevens zijn in te vullen: naam, voornamen (voluit), roepnaam, adres, geboortedatum, telefoonnummer, en waarop de betrokkene een verklaring over een eventueel strafrechtelijk verleden dient te hebben afgelegd, alsmede een eigen verklaring te hebben ingevuld omtrent de psychische gezondheid van de aanvrager naar KNSA model.

    Voor juniorleden jonger dan 18 jaar dient het formulier mede ondertekend te worden door de wettelijk vertegenwoordiger.

    Het bestuur kan vorderen dat de in het formulier verstrekte gegevens door deugdelijke bewijzen worden gestaafd.

    Bij de indiening legt de aanvrager een tweetal goed gelijkende pasfoto’s van hem/haar over.

  2. Bij aanmelding dient de betrokkene een recente Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) of een daaraan door de KNSA gelijkgesteld document, over te leggen.
  3. Het bestuur draagt er zorg voor dat degenen die als lid tot de vereniging wensen te worden toegelaten, worden aangemeld bij de KNSA.
  4. Van de toelating wordt mededeling gedaan op het verenigingsinformatiebord. Binnen 30 dagen na deze bekendmaking kan ieder stemgerechtigd lid, onder opgaaf van redenen, bij het bestuur bezwaar maken tegen de toelating. Mocht dit leiden tot een afwijzing door het bestuur, dan wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.
  5. Nadat een verzoek om lidmaatschap door de aanvrager is ingediend, wordt door het bestuur de procedure tot verkrijging lidmaatschap gestart. Vanaf dat moment is de aanvrager nog geen aspirant en geen gewoon lid van de vereniging.
    Deze procedure bestaat uit een proefperiode van minimaal één maand waarin de aanvrager vier maal de vereniging moet hebben bezocht waarbij een introductieprogramma onder leiding van een verenigingsinstructeur wordt doorlopen.

    Het introductieprogramma bestaat uit vier delen te weten:

    1. Algemee introductie, met onder andere, echter niet limiterend:

      1. kennismaking en introductiegesprek met een dagelijks bestuurslid
      2. uitleg toelatingsprocedure en vereisten
      3. rondleiding over de schietbaan op het vestigingsadres
      4. eerste veiligheidsinstructie
    2. Algemene introductie en veiligheidsinstructie Kleiduiven (hagel)
    3. Algemene introductie en veiligheidsinstructie Geweer (kogel)
    4. Algemene introductie en veiligheidsinstructie Pistool (kogel)

    De programmadelen 2, 3 en 4 kunnen in willekeurige volgorde plaatsvinden.

    In diezelfde periode zal het bestuur, dan wel een daarvoor benoemde ballotagecommissie, nader beoordelen of de betrokkene als aspirant kan worden toegelaten

  6. Indien er na de proefperiode geen reden is de aanvrager niet tot de vereniging toe te laten, wordt de aanvrager aspirant van de vereniging.
  7. De kosten voor de aanmelding worden door het bestuur vastgesteld. Deze kosten dienen bij toelating als aspirant van de vereniging te worden voldaan.
  8. Wanneer de aanmeldingskosten en contributie zijn voldaan, wordt de aspirant aangemeld bij de KNSA.
  9. De aspirant periode behelst minimaal zes (6) maanden. Tijdens de aspirant periode dient de aanvrager een introductiecursus te volgen naar het model van de KNSA. Daarvoor dient de aspirant een keuze te maken in welke discipline hij/zij zich initieel wil bekwamen en dit kenbaar te maken aan het bestuur.

    De introductiecursus bestaat uit meerdere lessen onder leiding van een verenigingsinstructeur waarin in ieder geval de veiligheid op de schietbaan, de omgang met vuurwapens en de basistechniek van de door de aspirant gekozen discipline aan de orde komen, en wordt afgesloten met een vaardigheidsproef. Deze vaardigheidsproef dient met goed gevolg afgesloten te worden om voor het definitieve lidmaatschap in aanmerking te komen.

    Het staat de aspirant vrij om begeleiding te vragen van een ieder instructeur. Echter, slechts de lessen onder begeleiding van een verenigingsinstructeur gelden als lessen voor de introductiecursus.

  10. Indien er na de aspirant periode geen reden is de aspirant niet als lid tot de vereniging toe te laten, wordt de aspirant lid van de vereniging.
  11. Niemand kan als lid tot de vereniging worden toegelaten indien er ten aanzien van de aspirant van zodanige eigenschappen, gedragingen of omstandigheden is gebleken dat gebruik van wapens voor een ander doel dan de beoefening van de schietsport kan worden geducht.
naar boven


Artikel 8. Rechten en plichten van leden en aspiranten

Buiten de verplichtingen, geregeld in artikel 5 van de Statuten, hebben alle leden en aspiranten de hierna te noemen rechten en plichten:

  1. Bij toetreding als aspirant hebben zij het recht een exemplaar van de Statuten en het huishoudelijk reglement te ontvan¬gen.
  2. Zij hebben het recht om deel te nemen aan trainingen en wedstrijden.
  3. Zij hebben het recht om deel te nemen aan debatten in de algemene vergaderingen. Leden hebben tevens stemrecht.
  4. Zij hebben het recht van vrije toegang tot wedstrijden en bijeenkomsten, voor zover door het bestuur niet anders is bepaald.
  5. Zij hebben het recht om voorstellen, klachten en wensen bij het bestuur in te dienen. Het bestuur is gehouden deze zo spoedig mogelijk te behandelen of te onderzoeken c.q. te doen behandelen of te doen onderzoeken en over het resultaat van de behandeling en/of het onderzoek bericht te geven aan het lid dat het voorstel, de klacht of de wens heeft ingediend.
  6. Zij hebben de plicht het dagelijks bestuur in kennis te stellen van de verandering van hun adres.
  7. Zij hebben de plicht tot tijdige betaling van de contributie.
  8. Zij hebben de plicht tot naleving van de reglementen van de vereniging, alsmede van de door het bestuur of door het bestuur aangewezen commissies gegeven richtlijnen, benevens de voorschriften van de KNSA.
naar boven


Artikel 9. Disciplinaire maatregelen

  1. In het algemeen zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten, dat in strijd is met de wet, dan wel de Statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de vereniging, of waardoor de belangen van de vereniging worden geschaad.
  2. Straffen opgelegd door de tuchtcommissie van de KNSA, dienen door de leden zelf te worden betaald.
  3. Het bestuur is bevoegd om, naast een straf welke aan een lid wordt gegeven en door de tuchtcommissie van de KNSA wordt afgedaan, een bijkomende straf vanuit de vereniging op te leggen.
  4. Indien een aspirant of lid:
    1. handelt in strijd met de voor de oefeningen en wedstrijden geldende regels en gebruiken, dan wel;
    2. zich bij de activiteiten der vereniging onordelijk gedraagt; of,
    3. heeft opgehouden aan de vereisten door de Statuten of het lidmaatschap gesteld te voldoen,
      dan kan hij/zij door het bestuur worden:
      1. gewaarschuwd;
      2. berispt;
      3. uitgesloten van deelneming aan de oefeningen van de vereniging voor een periode van ten hoogste zes (6) maanden;
      4. uitgesloten van deelneming aan wedstrijden van de vereniging van ten hoogste zes (6) maanden;
      5. uitgesloten van deelneming aan bijeenkomsten der vereniging voor een periode van ten hoogste zes (6) maanden;
      6. geschorst voor een periode van ten hoogste zes (6) maanden;
      7. ontzet uit het lidmaatschap (royement).
  5. De maatregelen in het vorige lid, genoemd onder 3.c., 3.d. en 3.e. kunnen ook gecombineerd worden opgelegd.
  6. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter of die hem/haar vervangt, het lid van verdere deelname aan de betreffende oefening, wedstrijd of bijeenkomst uitsluiten.
  7. Indien het bestuur een straf heeft opgelegt, conform lid 4, kan het lid of de aspirant hiervan binnen een (1) maand in beroep gaan bij de algemene vergadering. Het beroep moet binnen drie (3) maanden zijn behandeld door de commissie van beroep.
  8. Het in de vorige leden bepaalde laat onverlet de bij oefeningen en wedstrijden aan de leiding daarvan jegens het lid toekomende bevoegdheden.
naar boven


Artikel 10. Introducés

  1. Het bestuur is te allen tijde bevoegd tot introductie van niet leden.
  2. De leden zijn bevoegd, onder hun verantwoordelijkheid, niet leden te introduceren mits zij van het bestuur de voorafgaande toestemming daarvoor hebben verkregen.

    Het bestuur kan zijn bevoegdheid tot het verlenen van toestemming delegeren aan een of meer bestuursleden.

  3. Introducés dienen hun naam en legitimatiegegevens in het introducéregister vermelden. Het introducerende lid dient eveneens het introducéregister te tekenen.
  4. Introducés mogen slechts schieten onder onmiddellijke leiding van een instructeur of een bestuurslid.
naar boven


Artikel 11. Begunstigers

  1. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen.
  2. De begunstigers worden tot de festiviteiten der vereniging, niet zijnde schietwedstrijden, uitgenodigd.
naar boven


Artikel 12. Aspirant- en Lidmaatschapsbewijzen

  1. Het lidmaatschapsbewijs is tenminste voorzien van:
    1. naam;
    2. lidnummer;
    3. type lidmaatschap;
    4. datum van aanmelding.
  2. Het aspirantschapsbewijs is in opmaak identiek aan het lidmaatschapsbewijs.  Een aanpassing in de achtergrond kleur van het aspirantschapsbewijs is mogelijk, zulks ter beoordeling aan het bestuur.
  3. Het lidmaatschaps- of aspirantschapsbewijs blijft eigendom van de vereniging en moet, bij het beëindigen van het aspirant- of lidmaatschap of op verzoek van het bestuur, onverwijld worden ingeleverd.
naar boven


Artikel 13. Aanspreekvorm

  1. In informatieve communiqués kunnen leden, aspiranten en begunstigers allen aangesproken worden als leden. Aspiranten en begunstigers kunnen hier echter geen rechten aan ontleden.
naar boven

 

Deel 3

DE ALGEMENE VERGADERING


Artikel 14. De Jaarvergadering

  1. De leden kunnen onderwerpen ter behandeling aan de vergadering voorleggen.
  2. Zodanige onderwerpen moeten schriftelijk, door ten minste vijf (5) leden der vereniging ondertekend, uiterlijk tien (10) dagen vóór de vergadering bij het dagelijks bestuur worden ingediend.
  3. Het dagelijks bestuur voegt de onderwerpen die voldoen aan de in lid 2 gestelde voorwaarden aan de agenda toe.
  4. Indien niet aan het in lid 2 gestelde is voldaan, is het dagelijks bestuur wel bevoegd maar geenszins gehouden het onderwerp aan de agenda toe te voegen.
  5. Het is aspiranten van de vereniging toegestaan aanwezig te zijn bij de vergadering, echter zij hebben geen stemrecht.
  6. Het is junior-leden van de vereniging toegestaan aanwezig te zijn bij de vergadering, echter zij hebben geen stemrecht.
naar boven


Artikel 15. Agenda

  1. Op de jaarvergadering worden in ieder geval aan de orde gesteld:
    1. de notulen van de vorige jaarvergadering en van de eventueel tussentijds gehouden buitengewone vergaderingen;
    2. het jaarverslag van het bestuur over het afgelopen boekjaar;
    3. de balans en de staat van baten en lasten betreffende het afgelopen boekjaar, met het verslag van de kascommissie en van de deskundige, indien deze is aangewezen;
    4. de begroting voor het lopende boekjaar;
    5. de vervulling van openstaande of in de vergadering openvallende vacatures in het bestuur, de commissie van beroep, of door de Algemene Vergadering ingestelde commissies, een en ander voor zover door een buitengewone vergadering niet reeds in die vacatures is voorzien;
    6. de benoeming van een kascommissie;
    7. de voorstellen die het bestuur op de agenda plaatst;
    8. de eventuele voorstellen van leden; en,
    9. de rondvraag.
naar boven


Artikel 16. Kascommissie

  1. De kascommissie bestaat uit twee (2) leden en een (1) reservelid.
  2. De kascommissie houdt toezicht op het beheer van de penningmeester. Zij is gehouden tenminste éénmaal per jaar de kas, de saldi, de boeken en bescheiden van de penningmeester na te zien. Van de uitkomst van dit onderzoek wordt verslag uitgebracht aan het dagelijks bestuur.
  3. Indien de kascommissie termen aanwezig acht om de penningmeester te dechargeren, zal zij een betreffend voorstel doen aan de algemene vergadering. De kascommissie is bevoegd aan het dagelijks bestuur voorstellen betreffende het financiële beheer te doen.
  4. De kascommissie is bevoegd aan het dagelijks bestuur voorstellen betreffende het financiële beheer te doen.
  5. Het dagelijks bestuur is verplicht ten behoeve van het onderzoek der commissie aan deze inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven, hen desgevraagd de kas en de waarden te tonen en hen alle door hen gewenste inlichtingen te verschaffen.
naar boven


Artikel 17. Commissie van beroep

  1. De commissie van beroep bestaat uit drie (3) leden, niet zijnde bestuursleden van de vereniging. De commissie wijst uit haar midden een lid aan tot voorzitter van de commissie.
  2. Een (junior-)lid of aspirant kan bij de commissie beroep instellen tegen een besluit, als bedoeld in artikel 4 lid 4, artikel 6 lid 3, artikel 7 lid 9 van de Statuten of artikel 9 van dit huishoudelijk reglement, waardoor hij rechtstreeks in zijn belang is getroffen.
  3. Het beroepschrift bevat ten minste:
    1. een afschrift van het besluit waartegen beroep wordt ingesteld;
    2. afschriften van de relevante op het beroep betrekking hebbende stukken;
    3. een mededeling van beroep en de gronden waarop dit berust.
  4. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de voorzitter van de commissie binnen een (1) maand gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit waartegen beroep wordt ingesteld, aan het (junior-)lid of de aspirant is verzonden of uitgereikt.
  5. De voorzitter, zoals bedoeld in lid 1, heeft de leiding over de commissie en draagt er zorg voor dat alle partijen de gelegenheid krijgen haar standpunten toe te lichten;
  6. De commissie van beroep kan, indien gewenst, de hulp inschakelen van een deskundige.
  7. De commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering bij meerderheid van stemmen.
  8. De beslissing van de commissie, en de gronden waarop deze berust, worden schriftelijk, ondertekend door de voorzitter, toegezonden aan alle partijen.
  9. De partijen, zoals bedoeld in lid 5 en 8, zijn tenminste het dagelijks bestuur van de vereniging en het (junior )lid of de aspirant die het beroepschrift heeft ingediend. Daarnaast eventueel partijen die een belang hebben dat rechtstreeks samenhangt met hetgeen in het beroepschrift wordt behandeld.
  10. Het beroep dient binnen drie (3) maanden te zijn behandeld.
naar boven

 

Deel 4

HET BESTUUR


Artikel 18. Benoeming en taken van het bestuur

  1. Conform artikel 8 van de Statuten worden door de algemene vergadering de leden van het bestuur benoemd.
  2. Bestuursleden moeten de vijfentwintigjarige (25) leeftijd hebben bereikt en lid van de vereniging zijn.
  3. Onder het bestuur valt, onverminderd het bepaalde dienaangaande in de Statuten, elders in het huishoudelijk reglement of in andere reglementen:
    1. de algemene leiding van zaken;
    2. de uitvoering van de door de algemene vergadering genomen besluiten;
    3. het toezicht op de naleving van de statuten en reglementen;
    4. benoeming, ontslag en schorsing van personen werkzaam ten behoeve van de vereniging.
  4. Op elk schietdagdeel van de vereniging is minimaal één van de bestuursleden belast met een zogenaamde bestuursdienst. Het dienstdoende bestuurslid draagt zorg voor:
    1. het houden van algemeen toezicht op de baan;
    2. het aanspreekpunt zijn voor de meest uiteenlopende vragen over de vereniging of vragen die te maken hebben met de schietsport;
    3. het ontvangen van potentiële aspiranten;
    4. het aftekenen van schietbeurten.
naar boven


    Artikel 19. Het dagelijks bestuur

    1. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester vormen het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur neemt alle beslissingen welke niet tot een gewone bestuursvergadering kunnen worden uitgesteld. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten, ter bekrachtiging op de eerstvolgende bestuursvergadering mede.
    2. Taken van de voorzitter:
      1. geeft leiding aan en houdt toezicht op het gehele verenigingsleven;
      2. is bij alle officiële vertegenwoordigingen de woordvoerder, tenzij hij deze taak aan een ander bestuurslid heeft overgedragen.
    3. Taken van de secretaris:
      1. voert de correspondentie uit naam van en in overleg met het bestuur, ondertekent alle van hem uitgaande stukken, is verplicht afschriften ervan te houden en deze evenals de ingekomen stukken te bewaren;
      2. heeft het beheer over het archief en is aansprakelijk voor goederen die hem van verenigingswege zijn toevertrouwd;
      3. zorgt voor het bijeenroepen van vergaderingen;
      4. zorgt voor bekendmakingen van veranderingen of aanvullingen in de Statuten en reglementen;
      5. houdt een voor leden toegankelijke lijst bij, waarin de namen en adressen van alle leden van verdienste en ereleden zijn opgenomen.
    4. Taken van de penningmeester:
      1. beheert de gelden van de vereniging;
      2. zorgt voor het innen van de aan de vereniging toekomende gelden en draagt zorg voor alle door het bestuur en de algemene vergadering goedgekeurde uitgaven;
      3. houdt boek van alle ontvangsten en uitgaven;
      4. voert de briefwisseling, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de in de voorgaande leden van dit artikel vermelde taken, ondertekent alle van hem uitgaande stukken, is verplicht afschriften te houden en deze, evenals de op de uitvoering van eerder genoemde taken betrekking hebbende ingekomen stukken te bewaren;
      5. brengt in de algemene vergadering verslag uit van de financiële toestand en legt daarbij over de balans en de staat van baten en lasten met toelichting over het afgelopen verenigingsjaar en een begroting voor het komende verenigingsjaar;
      6. biedt elk kwartaal een afschrift van alle door de vereniging gebruikte rekeningen aan ter controle en ondertekening door een van de andere leden van het dagelijks bestuur.
naar boven

     

    Artikel 20. Het kernbestuur

    1. Het kernbestuur bestaat uit een bij voorkeur oneven aantal van ten minste drie (3) en ten hoogste negen (9) bestuursleden en wordt gevormd door het dagelijks bestuur en door het dagelijks bestuur daartoe aangewezen overige bestuursleden met een beleidsbepalende en/of coördinerende functie.
    2. Het kernbestuur stelt het beleid op en heeft de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de in Artikel 18, lid 3 van dit huishoudelijk reglement genoemde taken en verantwoordelijkheden.
naar boven


    Artikel 21. Het algemeen bestuur

    1. Het algemeen bestuur wordt gevormd door het kernbestuur en alle overige bestuursleden. Deze overige bestuursleden worden algemeen bestuurslid genoemd.
    2. Een algemeen bestuurslid is belast met het uitvoeren van het beleid, het toezicht op de naleving van de Statuten en regle¬men¬ten,  alsmede de taken behorende bij de bestuursdienst.
    3. Een algemeen bestuurslid is niet betrokken bij het opstellen van het beleid, bij het toewijzen van commissarissen of instructeurs, en bij het nemen van besluiten aangaande individuele leden, aspiranten of introducés, deze taken zijn voorbehouden aan het kernbestuur. Een algemeen bestuurslid kan wel kortstondige disciplinaire maatregelen jegens een lid nemen indien dit acuut noodzakelijk wordt geacht, hiervan dient echter zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt bij het kernbestuur welke vervolgens een besluit neemt over eventuele verdere maatregelen. Tevens kan een algemeen bestuurslid wel een individueel lid tijdelijk als baancommandant aanstellen.
naar boven

     

    Artikel 22. Bestuursverkiezing

    1. Ieder bestuurslid treedt uiterlijk 3 jaar na zijn verkiezing af. De eerste maal zal dat geschieden volgens het onderstaand rooster:

      1e jaar  - voorzitter
           - eventuele derde bijzitter

      2e jaar:  - secretaris
           - eventuele vicevoorzitter dan wel eerste bijzitter
           - eventuele vierde bijzitter

      3e jaar:  - penningmeester 
           - eventuele tweede bijzitter
           - eventuele vijfde bijzitter

    2. De namen van de aftredende bestuursleden, alsmede van de door het bestuur gestelde kandidaten, dienen gepubliceerd te worden in de agenda van de jaarlijkse vergadering waarin de bestuursverkiezing aan de orde is.

      In deze agenda dient tevens de mogelijkheid tot kandidaatstelling door stemgerechtigde leden van de vereniging geopend te worden, met vermelding van de daaraan verbonden procedure.

    3. Een kandidaatstelling door stemgerechtigde leden dient schriftelijk bij de secretaris aangemeld te worden, te ondertekenen door tenminste vijf (5) (of meer: naar keuze) stemgerechtigde leden en dient vergezeld te gaan van een ondertekende bereidheidsverklaring van de desbetreffende kandidaat eventueel onder vermelding van de functie die hij in het bestuur ambieert.
    4. Aftredende bestuursleden mogen zich eveneens kandidaatstellen voor (her)verkiezing, zulks met inachtneming van artikel 8, lid 7 van de Statuten.
naar boven

     

    Deel 5

    COMMISSIES, WERKGROEPEN EN TAKEN


    Artikel 23. Commissies

    1. Behoudens de algemene vergadering kunnen de verenigingsorganen slechts (sub)-commissies instellen, de benoeming en ontslag van de leden ervan en de werkwijze van die commissies regelen, voor zover dit ligt binnen het taakgebied van het desbetreffende verenigingsorgaan. Verenigingsorganen zijn onder meer het bestuur, de vergadering en de commissies.
    2. De benoeming tot lid van een commissie geschiedt, behoudens tussentijds bedanken, voor één (1) jaar of tot de opdracht is volbracht of ingetrokken.
    3. Bij het besluit tot instelling van een commissie worden de samenstelling, taak, bevoegdheid en werkwijze van de commissie in een instructie vastgelegd. Deze instructie wordt beschouwd als een onlosmakelijk deel van het huishoudelijk reglement.
    4. Elke commissie rapporteert ten minste één (1) keer per kalenderjaar over de voortgang van zijn werkzaamheden aan het orgaan, dat de commissie benoemde, tenzij in de instructie anders is bepaald.
    5. Een commissie vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden van de commissie dit wenselijk achten.
    6. Een commissie is verantwoording schuldig aan het orgaan dat de desbetreffende commissie heeft ingesteld.
naar boven


    Artikel 24. Verenigingsinstructeur

    1. Het bestuur kan één of meer instructeurs aanstellen om:
      1. de aspiranten de vereiste basiskennis en vaardigheid bij te brengen;
      2. de leden verder te bekwamen; en,
      3. de deelnemers aan wedstrijden daarop deugdelijk voor te bereiden.
    2. De instructeurs dienen bij voorkeur in het bezit te zijn van een diploma ener door de KNSA erkende opleiding.
naar boven


    Artikel 25. Wapencommissaris

    1. Het bestuur kan één of meerdere leden der vereniging als wapencommissaris (verenigingsverlofhouder) aanwijzen voor de bewaring en het onderhoud van de bij de vereniging in gebruik zijnde wapens en eventuele munitie.
    2. In geval de machtigingen wettelijk ten name van de vereniging kunnen worden gesteld, dan is elke verenigingsverlofhouder gelijk wapencommissaris.
    3. Zolang de machtigingen wettelijk niet ten name van de vereniging kunnen worden gesteld worden zij gesteld ten name van de leden die als wapencommissaris zijn aangewezen.
    4. Een wapencommissaris dient zich bereidwillig op te stellen tot het begeleiden van leden die ter uitoefening van de schietsport van een verenigingswapen gebruik willen maken.
naar boven


    Artikel 26. Verenigings Veiligheidsfunctionaris

    1. Een Verenigings Veiligheidsfunctionaris (VVF), aangesteld door het bestuur van de vereniging, is belast met en verantwoordelijk voor de handhaving van de veiligheid op de schietbaan tijdens trainingsactiviteiten en wedstrijden.
    2. Tijdens trainingsuren moet er altijd een VVF op de schietbaan aanwezig zijn.
    3. Bestuursleden en wapencommissarissen dienen in het bezit te zijn van het officiële VVF certificaat van de KNSA.
    4. Overige Verenigings Veiligheidsfunctionarissen dienen bij voorkeur in het bezit te zijn van het officiële VVF certificaat van de KNSA.
naar boven


    Artikel 27. Baancommandant

    1. Een Baancommandant (BC) is verantwoordelijk voor het correct, volgens het KNSA Schiet- en Wedstrijdreglement dan wel het reglement van een door de KNSA erkende discipline, laten verlopen van een wedstrijd in enige schietsportdiscipline door het geven van de juiste commando’s.
    2. Een ieder lid van de vereniging kan door het bestuur of de wedstrijdcommissie van een wedstrijdevenement tot BC benoemd worden.
naar boven

     

    Deel 6

    VEILIGHEID EN BEGELEIDING


    Artikel 28. Veiligheid

    1. Het bestuur is verantwoordelijk voor de opstelling en handhaving van een Veiligheidsreglement.
    2. Het onder lid 1 van dit artikel genoemde Veiligheidsreglement wordt vastgesteld, en zo nodig gewijzigd, door het bestuur van de vereniging, eventueel op voorstel van een mogelijke commissie Veiligheid.
naar boven


    Artikel 29. Begeleiding

    1. Aspiranten en leden zonder verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen of jachtakte, die nog geen vaardigheidtest met goed gevolg te hebben afgelegd in een bepaalde discipline, mogen in de betreffende discipline slechts schieten onder onmiddellijke begeleiding van een instructeur of een bestuurslid.
    2. Indien een aspirant of lid een vaardigheidstest met goed gevolg heeft afgelegd, dan kan het lid in het vervolg in de betreffende discipline ook begeleid worden door een ander lid dat reeds beschikt over een verlof tot voorhanden hebben van een vuurwapen voor de betreffende discipline met diens wapen, behoudens de wet- en regelgeving omtrent de opbouw in wapentypes.
    3. Leden in het bezit van een verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen of een jachtakte is het toegestaan te schieten zonder onmiddellijke begeleiding.
naar boven


    Artikel 30. Instructeurs

    1. Instructeurs zijn diegenen die bevoegd zijn om geïnteresseerden, aspiranten en leden instructie te geven en te begeleiden op basis van aanstelling door het bestuur of op basis van erkende diploma’s.
    2. Verenigingsinstructeurs zijn leden of instructeurs die door het bestuur als zodanig zijn aangewezen als beschreven in Artikel 24.
    3. De instructies en begeleiding tijdens de proeftijd en de introductiecursus in de aspirant periode worden alleen gedaan door verenigingsinstructeurs.
naar boven

     

    Deel 7

    VERENIGINGSWAPENS EN MUNITIEVERKOOP


    Artikel 31. Verenigingswapens

    1. Indien de vereniging beschikt over verenigingswapens, dan kunnen aspiranten en leden daar gebruik  van maken tijdens oefeningen en wedstrijden onder onmiddellijke begeleiding van een verenigingsverlofhouder.
    2. Verenigingswapens mogen in geen geval gebruikt worden voor commerciële doeleinden.
    3. Een verenigingswapen kan alleen worden uitgegeven door een verenigingsverlofhouder. Deze dient bij het uit de kluis nemen van het wapen direct het wapenuitgifte register in te vullen. Daarop wordt aangegeven welk verenigingswapen wordt meegenomen, het lidnummer van het lid dat het wapen wil gebruiken voor de oefening of wedstrijd en door welke verenigingsverlofhouder het wapen wordt uitgegeven.
      Het moet te allen tijde uit het register blijken wie een verenigingswapen dat zich niet in de kluis bevindt heeft uitgegeven.
    4. Voordat een verenigingsverlofhouder een verenigingswapen terug in de kluis plaatst dient deze te controleren dat het wapen goed schoongemaakt is na het schieten. De verenigingsverlofhouder dient daar zelf al dan niet samen met de laatste gebruiker van het wapen zorg voor te dragen.
    5. Wanneer een wapen uit de kluis genomen wordt, dient de verenigingsverlofhouder het wapen te controleren op staat van onderhoud en schoonmaak.
      Wanneer blijkt dat het wapen na laatstelijk gebruik niet deugdelijk is gereinigd alvorens het in de kluis werd terug geplaatst, dan dient de verenigingsverlofhouder in het register te controleren welke verenigingsverlofhouder ervoor verantwoordelijk was en hem/haar daarop aan te spreken, alsmede er een melding van te maken bij het dagelijks bestuur.
    6. In geval van herhaaldelijke meldingen over het niet deugdelijk gereinigd in de kluis terugplaatsen van een verenigingswapen door een verenigingsverlofhouder, kan het dagelijks bestuur beslissen het verenigingsverlof van de betreffende verenigingsverlofhouder in te vorderen.
    7. Verenigingsverlofhouders kunnen zijn:
      1. bestuursleden
      2. verenigingsinstructeurs
      3. leden die minimaal achttien jaar oud zijn en door het bestuur zijn aangewezen.
    8. Nieuw aangeschafte verenigingswapens mogen in het eerste jaar alleen worden uitgegeven door bestuursleden met een verenigingsverlof.
    9. Een verenigingsverlofhouder mag het verenigingswapen pas op het schietpunt aan de betreffende schutter overdragen en de schutter dient te allen tijde gedurende het gebruik van het verenigingswapen onder de onmiddellijke begeleiding van de betreffende verenigingsverlofhouder te staan.
    10. Na het schieten dient de verenigingsverlofhouder de overgebleven munitie in te nemen, indien de schutter niet zelf over een verlof tot het bezit van deze munitie beschikt, en te controleren dat de verschoten en overgebleven munitie overeenkomt met de verstrekte munitie.
naar boven


    Artikel 32. Munitieverkoop

    1. De vereniging verkoopt geen munitie.
    2. Munitie ten behoeve van het schieten met verenigingswapens kan onder begeleiding van een verenigingsverlofhouder worden aangeschaft bij de erkenninghouder op het vestigingsadres.
naar boven

     

    Deel 8

    VERKRIJGING EN BEHOUD VAN HET VERLOF TOT VOORHANDEN HEBBEN VAN EEN VUURWAPEN


    Artikel 33. Moment van aanvraag

    1. Voor de aanvraag van een verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen dient de aanvrager minimaal één jaar lid te zijn van de vereniging. Aansluitende lidmaatschappen van een andere Nederlandse schietvereniging of een schietvereniging uit een bij de EU aangesloten land, tellen daarbij mee. Echter, de proeftijd en de aspirant periode van de eerste vereniging waarvan de betrokkene lid is, worden daarin niet meegeteld.
naar boven


    Artikel 34. WM3-formulier

    1. De aanvrager van een verlof dient daarvoor een WM3-formulier in te vullen dat de betrokkene kan verkrijgen bij de plaatselijke politie en/of het bestuur van de vereniging. De invulling van het WM3-formulier dient te geschieden overeenkomstig de model-richtlijnen voor invulling WM3-formulier van de KNSA.
    2. Overeenkomstig de Wet Wapens en Munitie, dient het WM3 formulier voorzien te zijn van een verklaring van het bestuur van de vereniging en door één van de bestuursleden te zijn ondertekend.
    3. Het ondertekenen van het WM3 formulier gebeurt enkel na overleg met een tweede bestuurslid en schriftelijke registratie van tenminste:
      1. het lid dat het WM3 formulier heeft indiend;
      2. het type wapen;
      3. het kaliber;
      4. d. het akkoord van beide bestuursleden.
    4. Het bestuur kan beperkingen opleggen betreffende welke bestuursleden gemachtigd zijn een WM3 formulier te ondertekenen. Die beperking kan ook limiterend voor typen wapens voor bepaalde disciplines zijn.
    5. Bij het overleggen van het WM3 formulier aan een tekenbevoegd bestuurslid dient de aanvrager zijn/haar lidmaatschapsbewijs en schietbeurtregister te tonen.
naar boven

    Artikel 35. Schietsportdiscipline

    1. Het bestuur dient er bij het invullen van de verklaring op het WM3-formulier, alsmede de ondertekening, op toe te zien dat daar waar gevraagd wordt voor welke tak of takken van de schietsport het vuurwapen waarop de aanvraag betrekking heeft, een door de KNSA gereglementeerde of erkende discipline is ingevuld die ook daadwerkelijk door de betrokkene wordt beoefend en ook in het verband van de vereniging kan worden beoefend.
    2. De aanvrager dient zelf aan te geven voor welke discipline als beschreven in het vorige lid het verlof tot voor handen hebben van het betreffende vuurwapen wordt aangevraagd.
naar boven


    Artikel 36. Bekwaamheid

    1. Bij ondertekening van een WM3-formulier dient het bestuur tevens te verklaren dat de aanvrager beschikt over voldoende bekwaamheid met vuurwapens, met name vuurwapens van het soort waarop de aanvraag betrekking heeft.
    2. Om de in het vorige lid bedoelde bekwaamheid aan te tonen, dient de aanvrager een vaardigheidsproef voor de betreffende wapengroep danwel discipline waar het vuurwapen onder valt met goed gevolg afgesloten te hebben.

      De volgende wapengroepen worden voor de vaardigheidsproeven binnen de vereniging gehanteerd:

      1. Kleiduiven (hagelgeweer)
      2. Klein kaliber pistool/revolver
      3. Groot kaliber pistool/revolver
      4. Klein kaliber geweer/karabijn
      5. Groot kaliber geweer/karabijn
    3. In voorkomende gevallen, zulks te beoordeling van het bestuur, kan van de eis om een vaardigheidstest worden afgeweken. Het bestuur is daartoe echter niet gehouden.
    4. Voorkomende gevallen als bedoeld in het vorige lid kunnen onder meer zijn:
      1. de aanvrager heeft reeds een wapen uit betreffende wapengroep op zijn verlof
      2. de aanvrager kan middels een schietvaardigheidsbewijs van een andere schietvereniging aangevuld met wedstrijduitslagen van officiële KNSA wedstrijden zijn vaardigheid in betreffende wapengroep aantonen
    5. Wanneer de vaardigheid in een groot kaliber wapengroep is aangetoond, dan is daarmee gelijk de vaardigheid in klein kaliber van betreffende wapengroep aangetoond. Echter, met een aangetoonde vaardigheid in een klein kaliber wapengroep is daarmee nog niet de vaardigheid in groot kaliber van betreffende wapengroep aangetoond.
naar boven


    Artikel 37. Rapportage

    1. De aanvrager dient omtrent het besluit van de aanvraag het verenigingsbestuur tijdig te informeren.
naar boven


    Artikel 38. Verplichte wedstrijddeelname

    1. Alle leden in het bezit van een verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens en leden die een verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens wensen te gaan aanvragen, zijn verplicht tot deelname aan een interne competitie van de vereniging.
    2. Het bestuur dient er voor zorg te dragen dat de vereniging daartoe een interne competitie aanbiedt in één of meerdere door de KNSA gereglementeerde of erkende disciplines die moet(en) bestaan uit minimaal vijf (5) wedstrijden per kalenderjaar waaraan ook minimaal vijf (5) keer wordt deelgenomen door de leden als beschreven in het vorige lid.
    3. De verplichte deelname aan de interne competitie van vijf (5) keer per kalender jaar is ongeacht het aantal, het type en het soort vuurwapen waarover het lid van de vereniging beschikt of wenst te beschikken. Het is dus voldoende om aan één verenigingscompetitie deel te nemen; of de verlofhouder nu één (1) of vijf (5) vuurwapens op het verlof heeft staan.
    4. Voor leden van de vereniging die zijn opgenomen in één of meerdere ranking-overzicht(en) van de KNSA overeenkomstig het Ranking-reglement (zie KNSA SWR deel I) en aan de ranking-eis (minimaal 3 scores) voldoen, geldt de verplichting als beschreven in lid 3 niet.
    5. Indien een lid van de vereniging reeds aan de verplichting van wedstrijddeelname voldoet via een andere bij de KNSA aangesloten vereniging geldt de verplichting slechts één keer; de betrokkene zal dan wel aan het bestuur moeten aantonen, bijvoorbeeld door middel van een verklaring van het bestuur van de andere vereniging, dat hij/zij reeds aan de verplichting voldoet.
    6. Het niet voldoen aan de wedstrijdverplichting leidt tot opzegging van het lidmaatschap, zoals beschreven in artikel 7, lid 6c van de Statuten.
naar boven


    Artikel 39. Aftekenen schietbeurten

    1. Ten behoeve van de aanvraag dan wel verlenging van het verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens dienen er door het lid in de voorafgaande 12 maanden respectievelijk het voorafgaande verlofjaar ten minste 18 schietbeurten gemaakt te zijn.
    2. Schietbeurten kunnen worden afgetekend in schietbeurtregister naar KNSA model van de betreffende schutter door een ieder bestuurslid, alsmede een ieder baancommandant tijdens wedstrijden.
    3. Om een geldige schietbeurt te kunnen laten aftekenen dient de schutter te zijn ingeschreven in het presentieregister.
    4. In incidenteel voorkomende gevallen dat er geen bestuurslid tijdens verenigingsuren aanwezig kan zijn, dan kan een door het bestuur daartoe gemachtigde Verenigings Veiligheidscommissaris de schietbeurten aftekenen. Op het informatiebord van de vereniging hangt het bestuur daartoe een lijst op met welke Verenigings Veiligheidscommissarissen door het bestuur daar toe zijn gemachtigd.
naar boven

     

    Deel 9

    HET VERMOGEN EN HET BEHEER DAAROVER DOOR HET BESTUUR


    Artikel 40. Contributie

    1. De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van een contributie, die door de algemene vergadering jaarlijks zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende bijdrage betalen.
    2. Ereleden zijn vrijgesteld van het betalen van contributie.
    3. De door de leden verschuldigde gelden voor het lopende boekjaar dienen door hen aanstonds na hun toelating en vervolgens telkens bij vooruitbetaling van het komende boekjaar, doch uiterlijk één (1) maand na de door de vereniging gestelde vervaldatum, zonder korting of schuldvergelijking aan de vereniging te worden voldaan.
    4. De voldoening geschiedt door overmaking per bank of giro aan de penningmeester der vereniging.
    5. De overmaking dient, voor risico van het lid, zo tijdig mogelijk plaats te vinden dat de kennisgeving van storting uiterlijk op de vervaldag in het bezit van de penningmeester is.
    6. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft niettemin de contributie voor het gehele jaar verschuldigd.
naar boven


    Artikel 41. Aspirantenbijdrage

    1. Aspiranten zijn gehouden tot het betalen van een aspirantenbijdrage die gelijk wordt gesteld aan de door de ledenvergadering vastgestelde jaarlijkse ledencontributie, zoals gesteld in artikel 40, lid 1.
    2. Voor de aspirantenbijdrage gelden dezelfde voorwaarden als voor de ledencontributie, zoals gesteld in artikel 40, lid 3 tot en met 5.
    3. Wanneer de aspirant niet als lid van de vereniging kan worden toegelaten, bijvoorbeeld omdat deze niet voldoet aan de in artikel 7 beschreven toelatingsprocedure, blijft niettemin de contributie voor het gehele jaar verschuldigd.
naar boven


    Artikel 42. Kostenvergoedingen

    1. Het bestuur is bevoegd om aan de bestuursledenleden, commissieleden en verenigingsinstructeurs noodzakelijk gemaakte kosten van vervoer en verblijf ten behoeve van het kunnen uitvoeren van hun taak binnen de vereniging te vergoeden.
    2. Kosten gemaakt voor deelname aan trainingen of wedstrijden en kosten gemaakt voor aanwezigheid tijdens verenigingsuren komen niet in aanmerking voor vergoeding.
naar boven


    Artikel 43. Sponsoring

    1. Het bestuur kan richtlijnen opstellen voor het aangaan van sponsorcontracten.
naar boven

    Deel 10

    AANSPRAKELIJKHEID


    Artikel 44. Verenigingsaansprakelijkheid

    1. De vereniging draagt generlei verantwoordelijkheid voor de eigendommen van welke aard ook, van leden en derden aanwezig op de vestigingslocatie of andere locaties door de vereniging gehuurd.
naar boven


    Artikel 45. Aansprakelijkheid van de leden

    1. Ieder der leden is aansprakelijk voor de door hem aan de eigendommen van de vereniging aangerichte schade. Elke geconstateerde schade wordt geacht veroorzaakt te zijn door hem, haar of hen die de betreffende zaak het laatst heeft of hebben gebruikt, indien en voor zover het tegendeel niet door de betrok- kene(n) wordt aangetoond.
naar boven

     

    Deel 11

    OVERIGE ZAKEN


    Artikel 46. Representatie

    1. Bij onderstaande gebeurtenissen kunnen namens de vereniging, indien de secreta¬ris hiervan tijdig in kennis is gesteld, door het bestuur te bepalen attenties worden verstrekt:
      1. huwelijk van een lid;
      2. geboorte zoon/dochter van een lid:
      3. tijdens ziekte, bij thuisverblijf na minimaal twee maanden ziekteduur;
      4. tijdens ziekte, na een verblijf van twee weken in het ziekenhuis;
      5. bij overlijden van een lid, zijn/haar echtgeno(o)t(e) of kind;
      6. bij 25- of 50-jarig huwelijksjubileum van een lid;
      7. bij het 12½-, 25-, 40- of 50-jarig verenigingsjubileum van een lid;
      8. overige representaties en attenties te bepalen door het bestuur.
naar boven


    Artikel 47. Wijziging van het huishoudelijk reglement

    1. Het huishoudelijk reglement kan slechts gewijzigd worden door een besluit van de algemene vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van het huishoudelijk reglement zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering moet tenminste drie (3) weken bedragen.
    2. Tenminste twee (2) weken voor de vergadering wordt gehouden, moet een afschrift van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage gelegd worden tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
    3. Een besluit tot wijziging van het huishoudelijk reglement behoeft tenminste 2/3 van de uitgebrachte geldige stemmen.
naar boven


    Artikel 48. Slotbepalingen

    1. Ieder (junior-)lid, aspirant en verenigingsorgaan heeft zich te houden aan de bepalingen van dit reglement.
    2. Na vaststelling van het reglement wordt zo spoedig mogelijk de tekst bekend gemaakt aan de leden en aspiranten.
naar boven

     

    Aldus vastgesteld in de algemene vergadering van de vereniging de dato 3 juni 2016.